
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
Artikel 74
1
Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in artikel 73 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank het tijdstip waarop de rechtbank een aanvang zal maken met de behandeling van de vordering. Tussen de dag waarop de mededeling om ter zitting te verschijnen aan de veroordeelde is betekend en die der zitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen.
2
Met toestemming van de veroordeelde kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming uit een schriftelijke verklaring blijkt.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.